Thuis is één van die woorden die heel vanzelfsprekend lijkt. Zo alledaags dat je er eigenlijk niet bij stil staat. Thuis is er gewoon. Onnadrukkelijk. Comfortabel. Pas wanneer je situatie verandert of wanneer je er bewust over na gaat denken, blijkt thuis helemaal niet zo gemakkelijk te vatten.

Door Corona vindt ons leven veel meer thuis plaats. De grenzen tussen wonen en werken vervagen. Met onze tablets en telefoons brengen we de wereld in huis, maar tonen we ons thuis ook aan de wereld. Wat doen deze ontwikkelingen met onze thuisbeleving?

Een eigen plek is niet vanzelfsprekend. Over de hele wereld zijn meer dan 65 miljoen mensen op de vlucht. Wat als je huis en haard moet verlaten, ben je dan ontheemd? Krijg je een nieuw thuis? Wanneer ben je eigenlijk thuis?

Waar je woont

Volgens de Van Dale is thuis ‘de plek waar je woont’. Wat dat dan inhoudt, kan verschillen.

Filosoof Pieter Hoexum start zijn boek Thuis, een filosofische verkenning van het alledaagse, met de ruimtes van zijn tijdelijke onderkomen, om vanuit daar via verschillende filosofen en perspectieven het vluchtige thuis te verkennen. Is een deur bijvoorbeeld een afsluiting van de wereld of juist de toegang er tot? Ook Bill Bryson gaat op ontdekkingstocht in zijn eigen woning om een anekdotische geschiedenis van het persoonlijk leven te vertellen. Zo was de hal oorspronkelijk het hele huis en deed persoonlijke hygiëne pas laat zijn intrede: Vroeger waren onze woningen alles behalve welriekend. Onze huizen bieden tal van vertrekpunten, vertellen gelaagde verhalen over thuis.

Wat thuis betekent, verschilt zo niet alleen per plaats, maar ook per tijd. We kunnen ons niks meer voorstellen bij een leven in een plaggenhut of een guur en winderig kasteel.

Thuis is niet zondermeer waar we wonen, maar onze gepersonaliseerde plek, het tegenovergestelde van publieke of anonieme ruimtes. Onze persoonlijkheid, maar ook onze sociale positie klinkt door in onze interieurs. Wij tonen onszelf in onze spullen, in onze kamers. Thuis is wat je thuis maakt. Zelfs in plaggenhutten, zo tonen oude foto’s ons, hadden de planken in de kast gehaakte randjes, als een soort budget home-decor. Voor de fotograaf zetten de bewoners de kast open, zodat naast de versierde planken ook het goede servies zichtbaar werd: ‘house-proud’ noemen de Britten dat. Ook een hut kan een thuis zijn. Ons besef van thuis als een plek van comfort en luxe is überhaupt een relatief recent verschijnsel – ook voor rijkere woningen. Een gevolg van toegenomen welvaart, zich ontwikkelende techniek, het ontstaan van vrijetijdsbeleving en ideeën over hoe je thuis ervaart.

Onze beleving van thuis beweegt mee met onze ideeën over privacy, verbinding en samenzijn. Waar we vroeger met veel mensen één thuis deelden, zijn we nu vaker met weinig mensen of zelfs alleen. Het aantal eenpersoonshuishoudens in Nederland bedraagt inmiddels 38 procent. Het is de meest voorkomende leefvorm binnen de 8 miljoen huishoudens die ons land kent (bron: CBS). De hoeveelheid alleenstaanden is ongekend in onze geschiedenis. Ook de notie van privacy is vrij nieuw. Lange tijd deelde je zaken die nu veelal achter gesloten deuren plaatsvinden. Zo kenden de Romeinen zelf communale toiletten.

Voor de eigenhaard gevoelde ik nooit een zwak

Waar sommige mensen heimwee hebben, kennen anderen reiswee

Thuis is niet zonder meer een comfortabel begrip. Het kan iets zijn wat je nooit kunt vinden. Denk aan de dichter Slauerhoffs ‘alleen in mijn gedichten kan ik wonen’. Of iets wat je bent kwijtgeraakt. Bijvoorbeeld als het een plek is waar je niet terug kunt keren, door oorlog of andere verwoesting. Thuis is dan vooral een pijnlijke herinnering.

Voor anderen is thuis weer een politieke metafoor, een geromantiseerde plek, vaak gesitueerd in het verleden, dat zich vooral laat kennen als vrij van vreemden, een soort ‘ons-land’ of ‘ons kent ons land’. Thuis voelen is dan enkel bestemd voor de mensen die er ‘thuis horen’ en niet zondermeer voor de mensen die er wonen.

Zo is thuis nooit vanzelfsprekend. Je kunt je in je eigen huis niet thuis voelen. Of beter op je plek zijn in de kroeg of bij anderen. Thuisgevoel is iets wat je na kunt jagen of juist wilt vermijden. Waar sommige mensen heimwee kennen, kennen anderen juist reiswee. Thuis past dan prima in een backpack.

Uiteindelijk is thuis misschien wel een opvatting of een gevoel dat je zelf in je draagt en dat zich spiegelt in plekken, spullen en zelfs andere mensen. Wat zie jij als thuis?