Dit artikel verscheen in een verkorte versie in het voorjaarsnummer 2019 van Terra Westerwolda, het lijfblad van de Historische Vereniging Westerwolde. Sprekend object is een artikelenreeks verzorgd door het MOW dat objecten uit eigen collectie voor het voetlicht brengt. 

De collectie van het MOW bevat veel voorwerpen uit een tijd dat het roken van tabak nog heel gewoon was. Tegenwoordig roken steeds minder mensen vanwege bewezen gezondheidsrisico’s.

Roken als geschiedenis

Lange tijd, tot ongeveer de 16e eeuw, was roken in Nederland en overigens heel Europa juist niet zo gewoon. Voor zover bekend was de eerste roker in dit gebied een Spanjaard die meevoer met Columbus. Hij arriveerde in 1492 in Amerika en ontdekte daar het gebruik van tabak. Toen deze Rodrigo de Jerez eenmaal thuis op straat rookte, bekeek men hem met grote argwaan. Hij belandde in de gevangenis op verdenking van toverij en zou daar zeven jaar blijven. Bedenk je, dit was de tijd van de Spaanse Inquisitie!

Vanaf de 16e eeuw raakte roken toch langzaam ingeburgerd om vanaf de 17e eeuw tot bloei te komen. Gebruikers pruimden (kauwden) of snoven tabak of rookten het in een pijp. In de 18e eeuw kwamen hier – chique- sigaren bij en pas in de 19e eeuw sigaretten. De industrialisatie betekende een enorme stimulans voor tabaksproducenten in zowel Amerika als Nederland, waaronder bijvoorbeeld de Groningse firma Niemeijer (sinds 1819). ‘Rookt!’ werd het motto van de stroom reclame die volgde. Halverwege de vorige eeuw rookte bijna 60 procent van de volwassen bevolking in Nederland. Tegenwoordig is dat iets minder dan een kwart (23,1 % in 2017 volgens het Trimbos Instituut). Het aantal rokers blijft al jaren dalen.

Beeld: pijp van meerschuim, collectie het MOW, foto: Marieke Balk

Pijp van meerschuim

In de museumcollectie vind je veel voorbeelden van rookgerei en accessoires. Wat te denken van deze bewerkte pijp van meerschuim*. Meerschuim is een mineraal, ook wel bekend als magnesium silicaat, dat als steen zacht en vet is en zich zo goed laat bewerken. Bovendien weegt het weinig én neemt het veel vocht op, waardoor het materiaal geliefd was onder rokers. Veel van deze pijpen kennen uitvoerig beeldsnijwerk. Deze pijp draagt een paard en stamt uit de periode rond 1900. Op andere meerschuimen pijpen tref je vrouwen, mensenhoofden, dierenkoppen en soms zelfs erotische taferelen. Op de website van het Amsterdam Pipemuseum vind je uitgebreide informatie over soorten en modellen pijpen in verschillende tijden, uitleg over gebruikte materialen en veel foto’s.

Beeld: tabakspot en pijpcomfoor, collectie het MOW, foto: Anton Tiktak

Rookwaar in alle soorten en maten

Naast diverse houten en stenen pijpen kent de collectie ook oude pijpen van klei, vooral restanten pijpenkoppen en -stelen, aanstekers en zelfs tabak. Kwispedoors, waar je pruimtabak in uitspoog en verzilverde tabakspotten maken de collectie compleet. Je ziet hier een kleine selectie van objecten.

Opmerkelijk is de toevoeging ‘amateur’ en ‘thuisteelt’ aan tabaksverpakkingen. Hoewel tabak in eerste instantie in Nederland geteeld werd, legde deze tabak het af tegen die uit ‘de koloniën’. Tegen het einde van de 19e eeuw kwam de meeste tabak uit warmere streken. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte tabak uit het buitenland echter schaars wat de binnenlandse productie een tijdelijke opleving gaf. De kwaliteit van deze tabak was beduidend minder maar voor rokers beter dan niets.

Opvallend is verder de prijs. Twintig cent voor een pakje sigaretten is tegenwoordig nauwelijks meer voor te stellen.

Meerschuim werd schaarser waarna vervalsingen en bewerkingen van het materiaal optraden. Onduidelijk is (nog) of deze pijp zuiver meerschuim is of bijvoorbeeld gemalen meerschuim vermengd met lijm of zelfs een pseudomeerschuim van een andere samenstelling. Het verschil is op het oog moeilijk te zien.

Verantwoording

Bovenstaande informatie volgt uit de museale collectiebeschrijving en onderzoek op www.historiek.net, www.isgeschiedenis.nl, www.pijpenkabinet.nl, www.pipemuseum.nl en www.tabakshistorie.nl. De foto’s zijn van Marieke Balk alsmede het MOW.