Dit artikel verscheen in een verkorte versie in Terra Westerwolda, jaargang 2021, het lijfblad van de Historische Vereniging Westerwolde. Sprekend object is een artikelenreeks verzorgd door het MOW dat objecten uit eigen collectie voor het voetlicht brengt.

Door: Obby Veenstra, directeur het MOW. 

Boterklokken

In de collectie van het MOW vind je een drietal houten vormen, waarvan de grootste elf bij veertien centimeter meet. Boerinnen van weleer vormden hiermee boter tot boterklokken. Elke vorm resulteerde in een vast gewicht. Zo waren deze vormen bedoeld voor een halve pond en een hele pond boter. De knop bovenop functioneerde als handvat.

Beeld: boterklok, begin twintigste eeuw, collectie het MOW

Aan de binnenkant van de vormen zie je verschillende uitgesneden motieven, waaronder bloemen en korenaren. Elke boerderij kende zijn eigen vormen, zodat je kon zien waar de boter vandaan kwam. Helaas is de herkomst van deze drie vormen verloren gegaan, al stammen ze waarschijnlijk van een boerderij/boerin in Westerwolde of het Oldambt aan het einde van de negentiende of het begin van de twintigste eeuw. (Noot)

Beeld: boterklok, binnenkant, begin twintigste eeuw, collectie het MOW

Een eeuwenlange traditie

Boter (alsook kaas) maken was van oudsher het werkterrein van boerinnen, samen met hun dochters en meiden. Dit zie je bijvoorbeeld mooi terug op deze ets uit 1608 van Claes Jansz. Visscher uit de collectie van het Rijksmuseum. Het zijn iconische beelden van het traditionele platteland. De melkmeid met juk en de karnende boerin zie je nog eeuwen voorbijkomen.

Beeld: Claes Jansz. Visscher, Landbouw en veeteelt (ets 1608), collectie Rijksmuseum

Boter maak je zo

Boter maak je door van de melk afgeschepte en verzuurde room in beweging te brengen, te karnen. Hierdoor gaat het membraam van de in vloeistof rondzwevende vetdeeltjes kapot en klonteren de deeltjes samen. Wat overblijft, is ontvette en verzuurde melk: karnemelk. Vervolgens kneed je de klont tot boter, vaak – en zeker vroeger- met toevoeging van zout. Zo verwijder je gelijk de laatste restjes vocht.

Elke streek, en misschien zelfs elke boerenfamilie kende hun eigen tradities en werkwijzen, bijvoorbeeld in het aantal dagen dat boeren(vrouwen) de stilstaande melk afroomden. Voor de boerin was het maken van boter niet alleen voor eigen gebruik, maar ook om te verhandelen, bijvoorbeeld om andere gebruiksgoederen te ruilen met handelaren en winkeliers.

Einde van het boter maken op de boerderij

Aan het einde van de 19e eeuw kwam aan dit boerinnenwerk een einde, vooral door de opkomst van coöperatieve zuivelfabrieken. Deze schoten aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw als paddenstoelen uit de grond. Zo werd op 16 juli 1898 de ‘Coöperatieve Roomboterfabriek Sellingen en Omstreken’ in Laude een feit. Deze fabriek verzamelde en mengde melk van verschillende boerderijen. Onder de veertig deelnemers waren overigens ook vier vrouwen.

Beeld: Ter-Apelerstraat 16, coöperatieve melkfabriek Sellingen en Omstreken, M.A. Douma, 1976, collectie Groninger Archieven

Met de mechanisering van het boter maken, kwamen tegelijkertijd sterkere technische standaarden en daarmee ook meer uniformiteit. Aan de boter kon men niet langer de boerderij of streek herkennen. Nu ambachtelijkheid weer in de mode is, vinden sommigen dit jammer. Op hippe sites vind je talrijke recepten om weer zelf thuis boter te maken, zij het natuurlijk op een veel kleinere schaal dan de boerderijproductie van weleer.  Misschien is het herinvoeren van een miniversie van de mallen hierbij een idee. Een bezoeker aan het MOW wist over de boterklokken te vermelden, dat de versieringen in de vorm vaak handig waren. Zo wist je wat de lekkerste boter was maar ook welke je beter kon vermijden, daar ‘die en die niet zo schoon werkte’.

Beeld: Tot de mechanisatie bleef melken vaak een aangelegenheid van vrouwen, zoals in deze foto uit 1920, met dienstbodes Grietje Prak (links) en Pie Kramer uit Nieuw-Scheemda, collectie Groninger Archieven.

Noot

Mocht je meer kunnen vertellen over deze vormen? Dat horen wij graag collectie@hetmow.nl

Gebruikte literatuur

H.W. Lintsen (red.), Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel I. Techniek en modernisering. Landbouw en voeding (Zutphen 1992).

https://www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/de-voormalige-zuivelfabriek-van-laude-een-plek-van-ommekracht(geraadpleegd 16-09-2020).