Groninger Kunstkring De Ploeg

De grootste verzamelaar van Ploeg-werk en dan vooral uit de startperiode van de kunstenaarskring is natuurlijk het Groninger Museum. Je vindt uitgebreide achtergrondinformatie op de speciale collectiepagina.

Het MOW beheert een collectie werken van leden van de Ploeg van het eerste uur, Johan Dijkstra en Jan Altink. Hiernaast bevinden zich in collectie werken van latere Ploegers. Hieronder vind je een overzicht. Klik op de naam voor verdere informatie en beelden van de werken. Een deel van de werken kun je ook bekijken op onze Pinterestpagina.

Meer lezen over de Ploeg: Groninger Museum | Kunstkring de PloegWikipedia | Verhalen van Groningen

Over Kunstkring De Ploeg 

(onderstaande verscheen als ingekort artikel in Terra Westerwolda)

Groninger Kunstkring De Ploeg dateert van 5 juni 1918. Ook nu nog is De Ploeg een actieve vereniging. Voor de meeste mensen staat de naam echter gelijk aan de kleurrijke beginperiode van - een deel van - De Ploeg-kunstenaars in de jaren twintig van de vorige eeuw.

Geïnspireerd op het Duitse expressionisme, mede dankzij een toevallige ontmoeting van Jan Wiegers (1893-1959) met Ernst Ludwig Kirchner (1880-1938), was deze beginperiode er één van kleur en expressie. De kunstenaars lieten natuurgetrouwe kleuren los en vatten de werkelijkheid in snelle, vitale verfstreken of in meer abstracte vlakken. Zo wist de Ploeg zich een geheel eigen plek te verwerven in de Nederlandse kunstgeschiedenis.

De vereniging kende aanvankelijk geen vlammend manifest. De opzet en toon waren bovenal pragmatisch. Bovenaan de agenda stonden expositie- en verkoopmogelijkheden. Beide waren in de eigen omgeving schaars en vaak ingenomen door traditionele kunstenaars. De naam kwam van Jan Altink (1885-1971): ‘Omdat in Groningen niet zoveel te doen was op kunstgebied dacht ik aan ontginnen en dus ook aan ploegen’.

De Ploeg organiseerde tentoonstellingen, lezingen, werkbijeenkomsten zoals modeltekenen en gaf diverse publicaties uit. Kunstenaars van het eerste uur waren naast de al genoemden, Jan Jordens (1883-1971), George Martens (1894-1979), Alida Pott (bedenker van het Ploeg-logo, 1888-1931), Hendrik Nicolaas Werkman (1882-1945) en Jan van der Zee (1898-1988).

Hoewel de Ploegers snel voet aan de grond kreeg in diverse toonzalen, waaronder Pictura, kon hun werk niet altijd op instemming rekenen. Bekend is een recensie van het Nieuwsblad van het Noorden, die sprak van een cacaphonie van monstrositeiten: ‘nu roepen zij maar in geel en groen en paars en rood en trachtten ons te enten met het besef, dat dit de nieuwe richting is, welke onze schilderkunst uit moet. Martens’ naakt is eenvoudigweg een verschrikking, die in staat is ’s avonds van angst je het huis uit te drijven en Werkman ziet de wereld nog altijd, als ware hij constantelijk onder den inspireerenden invloed van marasquino en groene benedictine’.

Het Groninger land

Het gebruik van felle kleuren en een eigen, rechtstreekse verbeelding van wat men zag, was niet het enige vernieuwende. De eigen omgeving, naast de stad het Groninger land, nam een belangrijke plaats in. Het veld lag ‘vrij en onbedorven’, vooral ten noorden van de stad, al trokken de kunstenaars door de hele provincie. Dit betekende een herwaardering voor het weidse Groninger landschap, dat tot de dag van vandaag doorwerkt. Landschapskunst was natuurlijk al van oudere datum, maar richtte zich veelal op het romantische, op Italië geïnspireerde landschap.

Na circa 1930 gaan ook de vooruitstrevende leden gaandeweg over op meer natuurgetrouw, impressionistisch werk, soms met behoud van levendig kleurgebruik. Misschien was men moegestreden. De waardering voor het eigen karakter van de Ploeg kwam pas meer dan dertig jaar na de oprichting. Bovendien moest er brood op de plank komen, door de verkoop van werk of het aannemen van opdrachten. Veel leden van de Ploeg hadden naast hun vrije werk een respectabele baan, bijvoorbeeld als leraar, of maakten toegepaste kunst. Zo ging Dijkstra glas-in-loodramen maken en werd hij na de Oorlog recensent voor – nota bene - het Nieuwsblad van het Noorden.

De Ploeg in de collectie van het MOW

Op een onlangs herontdekte schets van Jan Altink na stammen de meeste werken in de collectie uit deze latere periode. Het betreft vijf werken van Ploegers van het eerste uur, Altink en Dijkstra. Hiernaast is een gouache van Ben Walrecht interessant. Hij was lid sinds 1936.

Vermoedelijk kwamen alle werken tot stand door een opdracht. Van één werk, Zicht op de Magnuskerk, van Dijkstra uit 1947, is dat zeker. Het museum bezit eveneens de aanbiedingsbrief. Dijksta vervaardigde het schilderij voor de Nutsspaarbank, als jubileumgeschenk voor bestuurslid J.G. Rookmaker. Het schilderij toont in snelle, zekere verfstreken de Hoofdweg in Bellingwolde, met bomen, tramspoor en een deel van de Magnuskerk. Niet toevallig het uitzicht van het bankbestuur vanuit hun vergaderzaal in het voormalige Hotel Reiderland.

Andere werken komen uit schenkingen (1964 en 1971) van het echtpaar Sandjer-Dijkmeijer, oud inwoners van Rhederbrug. De verbeelding van hun ouderlijke huizen, het Sandjer hus en Stelmakerij Dijkmeijer uit Vriescheloo, kunnen niet anders dan opdrachten zijn. Of hetzelfde geldt voor de Westerwoldse Aa, van zowel Altink als Dijkstra en de hoofdstraat van Bellingwolde van Walrecht is giswerk. Zeker Dijkstra zei in latere jaren dat hij de karakteristieke schoonheid van het Groninger land voor het nageslacht wilde vastleggen, ten dele omdat het door oprukkende industrialisatie steeds meer verdween.

De werken tonen het gerijpte vakmanschap van de Groninger schilders en zijn op meerdere manieren interessant. Zij bieden een historische blik op Westerwolde. Je ziet de oude tramlijnen lopen, de Westerwoldse Aa voor de kanalisatie, verdwenen uitzichten, arbeiders op het land. Je ziet ook iets van hoe een kunstenaar uit die tijd Westerwolde zag. De werken verbinden Westerwolde bovendien met een belangrijke episode in de Nederlandse kunstgeschiedenis, toen een groep kunstenaars een eigen weg insloeg en een eigen, ‘oer-Groningse’ beeldtaal ontwikkelde die de schoonheid van het Groninger land vierde.

Overzicht De Ploeg in collectie het MOW

Zie ook Jo van Dijk (onder Groninger kunstenaars).