Het MOW beheert een collectie objecten waaruit de geschiedenis van het plattelandsleven in het oosten van Groningen spreekt, Westerwolde maar ook Oldambt. Van de 4.000 objecten in collectie valt meer dan 90 procent in deze categorie. 

Ontstaan collectie

Het MOW dateert uit 1973. Net als veel andere streekmusea in de jaren 1970 ontstond het museum uit de behoefte om ‘grootmoeders tijd’ te bewaren. Door de rappe industrialisatie in de periode na de Tweede Wereld Oorlog raakte de traditionele levensstijl van de eeuwen daarvoor steeds meer verloren.

Samenstelling collectie

De collectie toont deze behoudsdrang in verschillende aspecten van het oude plattelandsleven. Onder de objecten bevinden zich landbouwwerktuig, inrichting van winkels en andere nijverheid, gebruiksartikelen, kleding, documenten, alsook kunst. Het merendeel stamt uit de negentiende en vroeg twintigste eeuw, al biedt de collectie ook objecten uit eerdere eeuwen en zelfs diverse archeologische vondsten.

Tekst gaat verder onder beeld (rammelaar, 19e eeuw, foto: Marieke Balk)

Collectieprofiel

De huidige collectie is een in meer dan veertig jaar historisch gegroeide verzameling objecten. In het verleden kwam verwerving niet altijd met een duidelijk profiel tot stand. Het MOW aanvaarde vaak zonder onderscheid alles wat oud was. Een groot deel van de collectie is daarmee zeer algemeen van aard. Denk bijvoorbeeld aan een Franse bordenkast of generiek porselein van de firma Maastricht. Veel hiervan behoort tot de categorie referentiemateriaal. Het biedt een kijk op de algemene geschiedenis van voor de Tweede Wereld Oorlog. Het zegt op zijn best iets over de materiele cultuur in de eigen regio, maar is niet streekeigen.

Aanscherpen profiel

Het MOW werkt sinds 2019, toen de basisregistratie van de collectie gereed kwam, aan het aanscherpen van het collectieprofiel, met name wat streekhistorie betreft. De overwegingen hiertoe zijn legio. Een helder en afgebakend collectieprofiel betekent specialisatie en een sterkere profilering als museum. Het zorgt voor concentratie van aandacht en middelen op objecten die uniek en regionaal waardevol zijn. Mede door digitalisering is inzage in andere museale collecties vereenvoudigd, waardoor het niet langer nodig is om grote hoeveelheden referentiemateriaal in eigen collectie te houden. Aanscherpen betekent ook dat het museum objecten aan musea kan bieden die gespecialiseerd zijn in de zorg en inhoudelijke kennis van die objecten of dat objecten terugkomen in het publieke domein (in plaats van te versloffen in een depot).

Tekst gaat verder onder beeld (Stenen steenhuis Vriescheloo, foto Marieke Balk) 

Nieuw collectieprofiel

Op basis van het collectieprofiel kijkt het MOW wat in collectie opgenomen kan of zelfs moet worden. Het profiel begint met een regiobepaling. 

Welke regio?

Het MOW rekent tot de eigen streek zowel Westerwolde als wat breder het oosten van Groningen, waaronder Oldambt.

Dingen boven documenten

In dit gebied bestaan verschillende streekhistorische instellingen die zich sterk maken voor de documentaire kant (waaronder archieven en oude foto’s). Het MOW richt zich vooral op de materiele cultuur. Alles wat mensen maken om in hun behoeften te voorzien. Boeken, foto’s en archiefmateriaal neemt het museum alleen in collectie wanneer sprake is van een uniek object. Het museum heeft geen bibliotheek. Daarvoor kun je terecht bij de Historische Vereniging Westerwolde.

Tijdvak? 

Als tijdvak geldt daarbij alles van de vroegste bewoning tot het einde van de twintigste eeuw.

Welke verhalen?

Het MOW kiest bewust niet voor een inhoudelijk thema of thema’s. Vooral omdat historische inzichten op dit vlak sterk aan wisseling onderhevig zijn. De ene keer is het verhaal van de Graanrepubliek leidend. Het onderscheid tussen rijke hereboeren en arme knechten ziet men vaak als een essentieel verhaal over het oosten van Groningen. Andere keren gaat het juist om de 14e eeuwse steenhuizen. Weer andere keren zijn volksgebruiken, communisme of juist de wording van het landschap in de mode. Dit neemt niet weg dat de kenmerkende kanten van de eigen geschiedenis mede bepalen of een object streekeigen is of juist algemeen Nederlands of Europees. Het onderzoeken van de context van een object is dan ook wezenlijk. Een bijzonder verhaal kan zelfs een onooglijk object interessant maken.

Streekeigenheid is een belangrijk referentiekader voor het bewaren van een object. Zeker toen objecten lokaal vervaardigd werden, waren verschillen per streek opmerkelijk. Maar ook minder specifieke of unieke objecten kunnen de geschiedenis van de streek tonen. Het gaat het MOW er hierbij niet om, om een algemene ‘zo was het vroeger collectie’ te bewaren. Daarvoor zijn in Nederland en ook in Groningen zelf verschillende uitstekende openluchtmusea. Ook het boerenleven van toen krijgt op andere plekken, eveneens in de eigen regio voldoende aandacht. Het museum hecht met name belang aan historische objecten of verzamelingen die een verhaal vertellen dat specifiek is voor de eigen regio.

___"Een goed verhaal maakt zelfs een onooglijk stuk waardevol"____

Zo bieden bijvoorbeeld enkele rijk gedecoreerde jurken en mantels een blik op het leven van dames in de grote herenboerderijen van de 19e eeuw, die in grote getale nog steeds aan de hoofdweg van Bellingwolde staan. Ook een kloostermop, opgegraven in de jaren 1980 in Vriescheloo, opent de deur naar een specifieke lokale geschiedenis: de steenhuizen van de 14e eeuw die voortkwamen uit een rijke handel in rogge. Door het toenmalig stijgende zeewater raakten deze onder een laag zeeklei verborgen.

Een nieuwe lijn in het collectieprofiel is dat het museum zich ook wil richten op de bijzondere kanten van het platteland in het algemeen. Aan dit onderdeel werkt het museum nog.

Beeld: kassakijntje, 18e eeuw, foto: Marieke Balk.